Vroege selectie en verschillende vormen van ongelijkheid in leerprestaties
Door: Strello, A., Strietholt, R., Steinmann, I., & Siepmann, C.
Difference-in-differences-bewijs uit 20 jaar grootschalige vergelijking van toetsen
Bestaand onderzoek naar de effecten van het scheiden van leerlingen tussen scholen (between-school tracking) op onderwijsongelijkheid en prestaties levert tot nu toe geen duidelijke conclusies op. Dat komt waarschijnlijk doordat studies verschillende databronnen, vakgebieden en manieren van meten gebruiken.
Om een vollediger beeld te krijgen, hebben we alle gegevens uit de drie grootste internationale toetsen – PISA, PIRLS en TIMSS – samengebracht. Deze bevatten 20 jaar aan data uit 75 landen. Op basis van 21 toetsrondes in het basis- en voortgezet onderwijs hebben we, in lijn met Hanushek en Wößmann (2006), verschil-in-verschilanalyses uitgevoerd en de resultaten samengevat met meta-analyses.
Onze bevindingen zijn helder: tracking vergroot de sociale verschillen in leerprestaties. Het leidt ook tot grotere spreiding tussen leerlingen, al is dat effect kleiner. De invloed op het aandeel leerlingen dat een bepaald basisniveau niet haalt, is zwak. Belangrijk is dat we geen bewijs vinden dat tracking de gemiddelde prestaties verhoogt. Daarnaast laat het onderzoek zien dat schattingen sterk verschillen per dataset. Door het beperkte aantal landen blijft de betrouwbaarheid van analyses per afzonderlijk bestand beperkt. Dat betekent dat conclusies gebaseerd op één internationale dataset minder robuust zijn en dat onderzoekers verschillende bronnen zouden moeten gebruiken om hun resultaten te kunnen bevestigen.