De ontwikkeling van een kind verloopt niet lineair
Door: Laterselecteren.nu
Op twaalfjarige leeftijd krijgen leerlingen in Nederland een schooladvies dat in belangrijke mate hun verdere onderwijsloopbaan bepaalt. Dat advies is gebaseerd op wat een kind tot dat moment heeft laten zien. Het is echter de vraag of die momentopname recht doet aan wat een kind daadwerkelijk in zich heeft.
Ontwikkeling verloopt niet bij iedereen in hetzelfde tempo en al helemaal niet volgens een vaste, rechte lijn. De een ontwikkelt zich vroeg, de ander wat later. Sommige leerlingen maken in korte tijd een grote sprong, terwijl anderen een periode van stilstand doormaken of zelfs tijdelijk terugvallen. Toch worden leerlingen rond hun twaalfde verdeeld over verschillende onderwijsroutes. Onderzoek naar deze vroege selectie, ook wel tracking genoemd, laat zien dat dit samenhangt met grotere onderwijsongelijkheid, zonder dat dit tot hogere gemiddelde prestaties leidt.
Wat zegt de wetenschap?
Deze bevinding is in meerdere studies onderzocht. Hanushek en Woessmann lieten zien dat vroege tracking de onderwijsongelijkheid vergroot, zonder dat daar een aantoonbaar voordeel voor de gemiddelde prestaties tegenover staat. Een latere, grootschalige studie van Strello, Strietholt, Steinmann en Siepmann uit 2021, gebaseerd op data uit 75 landen, kwam tot dezelfde conclusie: vroege tracking vergroot de sociale prestatiekloof, terwijl er geen bewijs is voor hogere gemiddelde prestaties. Dit onderzoek vormt het directe bewijs voor het effect van vroege selectie.
Daarnaast is er onderbouwing vanuit de ontwikkelingspsychologie en de neurowetenschap die het bredere beeld ondersteunt dat kinderontwikkeling niet lineair verloopt en dat elf of twaalf jaar geen vaststaand ontwikkelingsmoment is. Siegler toonde in tientallen studies aan dat kinderen niet volgens vaste, opeenvolgende stappen ontwikkelen, maar wisselen tussen meerdere strategieën tegelijk. Dit wordt de overlapping waves theorie genoemd. Daarin wisselen periodes van vooruitgang elkaar af met periodes van stilstand, en soms is er sprake van tijdelijke terugval.
Van Geert, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, modelleerde cognitieve en taalontwikkeling wiskundig. Ook uit deze modellen komt een niet lineair groeiproces naar voren, met groeisprongen en periodes van stilstand, in plaats van een gestage, rechte lijn.
Recent hersenonderzoek voegt hier een ander perspectief aan toe. Bottenhorn en collega’s onderzochten met longitudinale hersenscangegevens uit de Amerikaanse ABCD Study hoe de hersenschors zich ontwikkelt tussen negen en dertien jaar, precies de leeftijd waarop in Nederland de schoolselectie plaatsvindt. Zij vonden dat deze ontwikkeling sterk verschilt tussen leeftijdsgenoten, zowel in timing als in tempo, en dat leeftijd en puberteit hierbij samenhangen. Dat betekent niet dat de hersenen van een elfjarige nog onvoldoende ontwikkeld zouden zijn, maar wel dat kinderen van dezelfde kalenderleeftijd zich niet allemaal in dezelfde ontwikkelingsfase bevinden. Deze studie gaat niet over schoolprestaties of selectie, maar ondersteunt wel de gedachte dat het voorzichtigheid vraagt om een belangrijke onderwijsbeslissing aan één vaste leeftijd te koppelen.
Conclusie
Deze onderzoeksresultaten roepen de vraag op of het spreken over het niveau van een kind op twaalfjarige leeftijd wel past bij hoe hersenen zich ontwikkelen. Ze onderbouwen dat ontwikkeling niet in een rechte lijn verloopt. En dat de vroege onderwijsselectie de verschillende ontwikkelingspatronen geen recht doet. Het indelen van kinderen in ene onderwijsrichting gaat namelijk om een momentopname van een ontwikkeling die nog volop gaande is. En die bij ieder kind een ander verloop kent. Een ontwikkelingsgerichte blik, waarin gekeken wordt naar wat een kind nog kan leren, sluit beter aan bij wat onderzoek laat zien over de manier waarop kinderen zich ontwikkelen.
Bronnen
Hanushek, E.A., & Woessmann, L. (2006). Does Educational Tracking Affect Performance and Inequality? Differences-in-Differences Evidence Across Countries. The Economic Journal, 116(510).
Strello, A., Strietholt, R., Steinmann, I., & Siepmann, C. (2021). Early tracking and different types of inequalities in achievement. Educational Assessment, Evaluation and Accountability.
Siegler, R.S. (1994). Cognitive Variability: A Key to Understanding Cognitive Development. Current Directions in Psychological Science, 3(1).
Siegler, R.S. (2007). Cognitive Variability. Developmental Science, 10(1).
Van Geert, P. (1991). A Dynamic Systems Model of Cognitive and Language Growth. Psychological Review, 98(1).
Bottenhorn, K.L., Corbett, J.D., Ahmadi, H., & Herting, M.M. (2025). Spatiotemporal Patterns in Cortical Development: Age, Puberty, and Individual Variability from 9 to 13 Years of Age. The Journal of Neuroscience, 45(37).
Bron: Laterselecteren.nu