Kamerbrief van staatssecretaris Tielen laat zien dat kansengelijkheid serieuzer wordt genomen
Door: Marco Frijlink
Met de Kamerbrief over de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs zet staatssecretaris Judith Tielen een belangrijke stap in de goede richting. Voor het eerst staat niet alleen de doorstroomtoets centraal, maar wordt nadrukkelijk erkend dat een goede overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs vraagt om een bredere benadering.
De brief laat zien dat het denken over kansengelijkheid in beweging is. De staatssecretaris erkent dat brede brugklassen, bredere schooladviezen en een minder verkokerde onderbouw kunnen bijdragen aan een betere ontwikkeling van leerlingen. Ook verwijst zij expliciet naar de brede wetenschappelijke consensus dat later selecteren de kansengelijkheid vergroot. Dat is een belangrijke erkenning van inzichten die al jarenlang door onderzoekers, scholen en maatschappelijke organisaties worden uitgedragen.
Ook de keuze om toe te werken naar één centrale doorstroomtoets verdient waardering. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat een stelsel met zes verschillende toetsen leidt tot onduidelijkheid, verschillen in uitkomsten en afnemend vertrouwen. Een centrale toets kan de vergelijkbaarheid verbeteren en meer rust brengen in het systeem.
Tegelijkertijd roept deze brief ook een fundamentele vraag op: verbeteren we hiermee het systeem van vroege selectie, of durven we dat systeem zelf ter discussie te stellen?