1970-1980: Middenschool op het strijdtoneel
In de jaren zeventig probeert minister Jos van Kemenade het moment van selectie uit te stellen via het zogenoemde middenschool-experiment. Het idee is om leerlingen langer samen onderwijs te laten volgen, zodat sociale herkomst minder bepalend wordt voor hun schoolloopbaan.
Het politieke debat hierover polariseert sterk. Progressieve partijen zien de middenschool als middel tegen ongelijkheid, terwijl conservatieve en confessionele partijen vrezen voor nivellering en kwaliteitsverlies (Dane, 2016).
Ondertussen laten analyses van Cito-scores zien dat kinderen uit financieel sterkere gezinnen gemiddeld hoger scoren. Dit roept de vraag op in hoeverre gestandaardiseerde toetsen werkelijk sociaal neutraal zijn (Zumbuehl,, Chehber, & Dillingh, 2022).
Ondanks felle discussies blijft de middenschool beperkt tot experimenten; een structurele stelselwijziging richting latere selectie komt politiek niet tot stand (Amsing, 2024). In deze periode ontstaan ook de eerste systematische discussies over de effecten van selectie en taaltoetsing op leerlingen met verschillende etnische achtergronden (Penninx, 1979).
