Onderwijsstelsels vergeleken: leren, werken en burgerschap

Depositphotos_4758042_ds

Door: Herman van de Werfhorst, Louisse Elffers & Sjoerd Karsten

Het rapport ‘Onderwijsstelsels vergeleken: leren, werken en burgerschap (Werfhorst, Elffers, Karsten (2015)), biedt een wetenschappelijke basis voor de discussie over de inrichting van het Nederlandse onderwijsstelsel. Met internationale vergelijkingen worden de effecten van stelselkenmerken onderzocht, zoals selectie, toetsing en beroepsgerichtheid, en hun invloed op verschillende leer- en maatschappelijke functies. Het rapport bespreekt resultaten, conclusies en beleidsimplicaties in het licht van actuele ontwikkelingen.

Over de beleidsdiscussie over selectie en differentiatie concluderen de onderzoekers het volgende:

Het onderzoek laat zien dat het tijdstip van eerste selectie in het onderwijs sterk samenhangt met sociaaleconomische verschillen in prestaties. In landen met vroege selectie, zoals Nederland en Duitsland, ontstaan grotere prestatieverschillen tussen leerlingen uit verschillende milieus dan in landen die later selecteren, zoals Finland en Zweden. Deze ongelijkheid wordt niet alleen veroorzaakt door verschillen vóór de schoolperiode, maar versterkt zich vooral op het moment van selectie: kinderen van lageropgeleide ouders komen vaker in lagere schoolniveaus terecht dan leerlingen met vergelijkbare prestaties uit hogeropgeleide gezinnen.

De vraag is of later selecteren leidt tot meer gelijkheid zonder dat het gemiddelde prestatieniveau daalt. Hoewel succesvolle landen met late selectie suggereren dat dit mogelijk is, is dit geen sluitend bewijs omdat andere factoren ook een rol spelen. Voorlopig lijkt er geen duidelijk verband tussen het gemiddelde prestatieniveau van een land en het moment van selectie, mits de voorwaarden gunstig zijn (zoals goed opgeleide leraren en kleine klassen).

Toch kent ook een stelsel met later selecteren ongelijkheid; deze ontstaat alleen op een andere manier, bijvoorbeeld via niveaugroepen binnen dezelfde school. In sterk gedifferentieerde stelsels zoals het Nederlandse worden verschillen vooral zichtbaar tussen schooltypen. Als mobiliteitsmogelijkheden binnen het stelsel worden beperkt, wordt de eerste selectie steeds bepalender voor de verdere schoolloopbaan, waardoor het Nederlandse stelsel zijn relatieve voordeel ten opzichte van landen met weinig overstapmogelijkheden, zoals Duitsland, kan verliezen.

Andere artikelen