De doorstroomtoets: een systeem fout

stichting-nivoz

Door: Leone de Voogd, Jan Jaap Hubeek en Rob Kickert

De doorstroomtoets in het Nederlandse onderwijs wordt steeds vaker gezien als onderdeel van een groter probleem: de vroege selectie van leerlingen op elfjarige leeftijd. Volgens de auteurs is deze selectie niet alleen moeilijk, maar ook onwenselijk. De toets, die sinds kort het schooladvies kan bijstellen, zou kansenongelijkheid moeten verminderen door een ‘objectief’ oordeel te geven. In de praktijk gebeurt echter vaak het tegenovergestelde.

Onderzoek laat zien dat de toets juist nadelig kan uitpakken voor leerlingen met een lagere sociaaleconomische achtergrond. Bovendien is een volledig objectieve toets volgens experts een illusie, omdat keuzes in vragen en normering altijd invloed hebben op de uitkomst. Tegelijkertijd zorgt de toets voor extra druk bij leerlingen, ouders en scholen, en krijgt deze een te grote rol in het onderwijs.

Sommige basisscholen zijn daarom gestopt met het afnemen van de toets, ondanks kritiek van de inspectie. Zij vinden dat hun eigen, langdurige observaties van leerlingen betrouwbaarder zijn. Toch ligt de kern van het probleem dieper: in de vroege selectie zelf. In andere landen kiezen leerlingen pas op latere leeftijd een onderwijsniveau.

De oplossing ligt volgens deskundigen in een hervorming van het voortgezet onderwijs. Leerlingen zouden langer samen moeten leren en meer ruimte moeten krijgen om zich te ontwikkelen, zodat kansengelijkheid echt wordt bevorderd.

Bron: Nivoz

Andere artikelen