Leer de ‘denker’ maken en de ‘maker’ denken

Ninke Beunk en collega Merel de Hoogd

Pin kinderen niet zo snel vast op waar ze (nog) niet zo goed in zijn en laat ze lekker lang bij elkaar in de klas zitten, vindt kunstenaar, docent, onderwijskundige en schoolstichter Ninke Beunk. De denkers kunnen veel leren van de makers en vice versa.

“Zou je ook Engels kunnen geven?”  vraagt Ninke Beunk aan de kandidaat die voor haar aan tafel zit in het monumentale pand in het oude centrum van Deventer. Ze is bezig met het afronden een sollicitatiegesprek voor een van de docentenfuncties op de door haar geïnitieerde nieuwe middelbare school in de Hanzestad. Het gesprek behoort tot de laatste loodjes van een traject dat in 2022 begon: de nieuwe school -‘UiterWaarden’- gaat na de zomer officieel van start.  

De wens van Beunk om een school te beginnen is niet uit de lucht komen vallen. Het heeft alles te maken met een fundamentele onvrede met het Nederlandse schoolsysteem dat redeneert vanuit de gedachte dat je al op de basisschool kunt bepalen welk niveau een kind heeft en wat het vervolgonderwijs is dat daar het beste bij past. Volgens Beunk doe je kinderen daarmee tekort. 

 “Door kinderen zo vroeg te scheiden werk je niet alleen segregatie in de hand, maar ga je voorbij aan het feit dat als je VWO-ers en VMBO-ers te eenzijdig benadert, ze allebei niet volledig uit de verf komen.”

Wat weten we nou echt van kinderen?

Ze benadrukt hoe belangrijk het bijvoorbeeld is dat de VWO-er die misschien meer in zijn hoofd zit, leert om “handen en voeten” te geven aan wat hij bedenkt. Ter illustratie haalt ze onze politici aan die veel van hun beslissingen volledig baseren op theoretische kennis. “Als zij de kans hadden gehad om te ervaren dat bepaalde theorieën in de praktijk soms heel anders uitpakken en ook de weerstand uit de dagelijkse praktijk meer hadden doorvoeld, zouden ze waarschijnlijk betere beslissingen nemen.” Andersom geldt volgens haar ook dat de praktisch ingestelde leerling er juist baat bij kan hebben om aangemoedigd te worden om zich wat verder te verdiepen in de theorie. “Ik ben er stellig van overtuigd dat alle type leerlingen van elkaar kunnen leren. Door denkers en doeners zo krampachtig uit elkaar te houden ontneem je ze dit soort ervaringen en de kans om informatie uit te wisselen.” 

Wat Beunk ook tegenstaat aan het vroeg selecteren is dat kinderen op veel te jonge leeftijd een stempel opgeplakt krijgen. “Wat weten we nou van ze?  Er zijn allerlei omstandigheden die er voor zorgen dat we nog niet alles van een kind te zien krijgen. Hoe is de situatie thuis bijvoorbeeld? Die omstandigheden hebben veel invloed op hun prestaties. Ondertussen doen we toch net alsof die gemeten prestaties álles zeggen. Sterker, we pinnen onze leerlingen vast op hetgeen ze het minst goed kunnen. Daarmee doen we ze geen recht.” 

Loopt Beunk hier nu niet zelf in de val van de theoreticus? Kinderen hebben vaak verschillende kwaliteiten. Om ze uitleg ‘op maat’ aan te bieden zul je in de klas misschien tóch onderscheid moeten maken tussen kinderen die de stof snel snappen en kinderen die wat meer tijd nodig hebben. Hoe voorkom je dat stempels als ‘vmbo-er’ of ‘vwo-er’ niet worden vervangen door eufemistische termen als ‘zonnetje’ en ‘maantje’? Ninke Beunks UiterWaarden-collega en wiskundedocent Merel de Hoogd, die ook bij het gesprek zit, begint te lachen. “Bij mij op school werden we ingedeeld in ‘de tent’ of ‘het kasteel’. Iedereen wilde natuurlijk in het kasteel wonen!” Ze benadrukt dat dit soort alternatieve stempels zeker niet de bedoeling zijn. “We gaan bij UiterWaarden kinderen niet vastpinnen op hun prestaties. We gaan zelfs helemaal niet werken met cijfers. Maar dat betekent niet dat we ook de toetsen gaan afschaffen. Toetsen zijn nodig om te bepalen waar kinderen nog ondersteuning nodig hebben om te leren wat wij belangrijk vinden. Als we weten wat ze moeilijk vinden, kunnen we ze beter helpen. We blijven dus formatief toetsen en we blijven eisen stellen aan kinderen.” “Het wordt in die zin een ‘gewone’ school” vult Ninke Beunk aan. “Met een rooster en een duidelijke structuur. Het is niet vrijblijvend. We vinden het belangrijk dat kinderen ook leren om met weerstand om te gaan.”

Wat fundamenteel anders is volgens Beunk, is dat de school minder leunt op de – op dit moment- meest gangbare motivatietheorie: recht-toe-recht-aan straffen en belonen. “Ik weet heus dat het halen van goede cijfers kinderen blij kan maken en een stok achter de deur kan zijn om goed te leren, maar waar ze echt blij van worden is als ze het gevoel hebben dat het betekenisvol is wat ze doen. Het is díe motivatie die we willen gaan aanspreken bij UiterWaarden.” 

Andere artikelen