Doorstroomtoets moest voor gelijke kansen in het onderwijs zorgen, maar bereikt vaak juist het tegenovergestelde

volkskrant

Door: Irene de Zaan en Jurre van den Berg

Het artikel in de Volkskrant beschrijft hoe de doorstroomtoets in het basisonderwijs is ingevoerd met het doel om kansengelijkheid te vergroten, maar dat dit in de praktijk vaak anders uitpakt.

Volgens het artikel moest de toets een objectieve “second opinion” zijn naast het schooladvies, zodat leerlingen met gelijke capaciteiten ook gelijke kansen krijgen in het voortgezet onderwijs. Leraren kunnen immers onbewust lagere of hogere verwachtingen hebben, waardoor de toets zou helpen om dat te corrigeren.

Uit de praktijk blijkt echter dat het systeem juist nieuwe ongelijkheden kan veroorzaken. Scholen voelen druk om ‘kansrijk’ te adviseren en adviezen worden daardoor vaker naar boven bijgesteld. Dit leidt soms tot overadvisering: leerlingen starten op een hoger niveau dan passend is, waarna een deel later alsnog moet afstromen. Dat kan hun motivatie en zelfvertrouwen schaden.

Daarnaast ontstaan verschillen tussen scholen en toetsaanbieders, wat volgens critici de eerlijkheid van het systeem aantast. Ook speelt mee dat de toets vooral taal en rekenen meet, terwijl de brede ontwikkeling van kinderen minder wordt meegenomen.

Het artikel concludeert dat de doorstroomtoets wel bedoeld is om gelijke kansen te bevorderen, maar dat het effect in de praktijk gemengd of zelfs averechts kan zijn.

Bron: Volkskrant

Andere artikelen